vrijdag 11 november 2011

Bloso - Instructeur B & Trainer B

Intussen zijn de lessen van Instructeur B en Trainer B bij BLOSO afgelopen. Ik heb gelukkig vrijstelling van anatomie en fysiologie door mijn diploma van sportverzorger.

Op 10 november heb ik de examens afgelegd van Instructeur B. Voor de drie vakken (ontwikkelingsleer, motorische leren en communicatie) dienden we ook een opdracht te maken. Als begeleider van bergwandeltochten heb ik uiteraard wel een ander uitgangspunt dan pakweg een baskettrainer, waardoor ik soms wat creatiever moest kunnen zijn bij het vinden van voorbeelden:
- Communicatie
- Motorisch leren (aanleren van bewegingen)
- Ontwikkelingsleer (fasen van de lichamelijke ontwikkeling)

Op 24 november staan de examens van Trainer B op het programma nl. sportpsychologie en coaching, en trainingsmethodiek.

Ik vind sommige cursussen wat té theoretisch en abstract vb. communicatie en motorisch leren. Veel van de stof gaat gewoon in en uit mijn kortetermijngeheugen. Een goed examen geeft ook weinig garantie dat je een goeie instructeur of trainer wordt. Veel leer je toch op het terrein zelf, soms door het maken van fouten, of van de (juiste of  verkeerde) aanpak van andere begeleiders.
Nietemin zijn er toch redelijk wat praktische zaken die ik meeneem uit de cursussen. De leerfasen in motorisch leren zijn praktijkgericht. Ontwikkelingsleer is nuttig, zeker als je met kinderen op stap gaat in de bergen. En een basiskennis van trainingsmethodiek is ook belangrijk, al is de concrete toepassing van de basisprincipes nog een stapje verder.

dinsdag 12 juli 2011

Verdere planning 2011-2012

Eenmaal geslaagd voor het examen van niveau 1, kan ik dus aan de ingangsproeven deelnemen van niveau 2. Die worden echter maar opnieuw georganiseerd in oktober 2012 waarna de opleiding in 2013 van start gaat. Aan de ene kant vind ik het jammer ik niet meteen kan verder doen met de opleiding, aan de andere kant creëert het wel tijd om de zware toegangsproef voor te bereiden en extra ervaring op te doen.

Wat staat er verder gepland het komende jaar:
  • Stage didactique: binnen de twee jaar na het slagen voor het examen van niveau 1 moet er gedurende 5 dagen ervaring opgedaan worden in het begeleiden van groepen, onder leiding van een gediplomeerde stagebegeleider. Omdat het aanbod erg beperkt is bij de Club Alpin Belge, kan de stage ook plaatsvinden in het kader van een wandelvereniging of andere organisatie, zolang het maar geen ‘vriendjespolitiek’ wordt. Ik zal dus mijn stages laten samenvallen met de tochten die ik in 2012 reeds organiseer voor de Ronsers. Dominique Olbrechts, één van de monitoren tijdens de stages, had al toegezegd om mijn mentor te zijn. Hij spreekt een aardig woordje Nederlands, heeft veel ervaring en is een vlotte kerel die het wel gaat vinden met een groep Vlamingen.
  • Ik moet ook nog het algemene gedeelte van Instructeur B/Trainer B bij BLOSO volgen om met de opleiding van niveau 2 te kunnen starten. Ik plan dit in het najaar van 2011 te doen. Het algemene gedeelte van Trainer A (in kader van niveau 3) verschuif ik naar het najaar van 2012 of 2013.
  • Ik wil ook nog leren van ervaren ‘accompagnateurs’ door enkele begeleide tochten mee te doen en te zien hoe zij het in de praktijk aanpakken. Hiervoor heb ik me al lid gemaakt van Neve-trek, een wandelorganisatie die enkel werkt met gediplomeerde gidsen. Ik houd ook de kalender van de Club Alpin Belge in de gaten, al heeft ook de Waalse bergsportfederatie besloten om zelf geen opleidingen voor bergsporters meer te organiseren en alles door te schuiven naar de clubs, net als in Vlaanderen. Het valt dus af te wachten wat daar mogelijk is.
  • Verder ervaring opdoen met het begeleiden van tochten. Ik startte eind 2007, op 24-jarige leeftijd, met het organiseren van bivaktochten in de Ardennen en omstreken. Ik ben er intussen 28 en organiseer deze zomer voor het eerst een kampeertrekking in de Maritieme Alpen.
  • Daarnaast bouw ik ook nog het opleidingsaanbod bij Bergsport Oost-Vlaanderen verder uit en zal ik samen met andere ervaren trekkers opleidingen rond bergwandelen in winter en zomer en een oriëntatiecursus geven.
  • En uiteraard werk ik verder aan mijn kennis over fauna en flora. Ik denk er aan een soort beknopt overzicht te maken van anekdotes per plant en dier, dat ik kan meenemen op tocht.
Ik ga me dus zeker niet vervelen!

Stage en Vercors (6-10 juli 2011)

Na de ‘generale repetitie’ in de Ardennen, vond de grote test plaats in de Vercors, een middelgebergte net ten zuiden van Grenoble. Op het programma stond een 5-daagse trekking met 3 bivaks en 1 overnachting in een gîte d’étape met start in Vassieux-en-Vercors en einde in La Chapelle en Vercors. De ‘Hautes-Plateaux’ bleken verre van plat, en er werd toch geregeld meer dan 1000m geklommen. Vooraf kregen we enkele verplichte passagepunten en de opdracht een route uit te stippelen die afwisselend was en zoveel mogelijk over onverharde wegen liep. Ik was blijkbaar de enige die de moeite gedaan had de afstanden en hoogtemeters te berekenen en een overzichtskaartje te maken van de tocht. Hiervoor gebruikte ik de kaartsoftware van de Institut Géographic National (IGN) voor de Noordelijke Alpen.


Om beurt kreeg iemand de leiding over de groep. Aandachtspunten waren het onderhouden van een aangepast tempo, begeleiding bij moeilijkere passages, informeren over het verloop van de route en toelichting bij bezienswaardigheden onderweg. Een echte ‘accompagnateur’ is namelijk meer dan iemand die de richting aanwijst, maar de groep begeleidt en animeert.
Ik leidde de groep op het eind van dag 2 vanaf de Fontaine de Bachasson naar de Cabane des Aiguilettes, en de volgende ochtend naar de top van de Grand Veymont, de hoogste berg van de Vercors. Ik denk dat ze vooral wilden testen of ik in staat was om een rustiger tempo te onderhouden zodat iedereen mee kan. Mijn bijnaam ‘Lara Croft’ zegt veel over mijn reputatie…

Net als in de Ardennen, kreeg elke groepje van twee de taak om ofwel de briefing te geven aan het begin van de dag, de installatie en debriefing te doen op het eind van de etappe, fauna en flora te noteren die we tijdens de tocht tegenkwamen, of meteo op te volgen en voorspellingen te doen. Elke dag werden de rollen gewisseld.

Iedereen moest ook nog één van de voorbereide fiches uit de doeken doen. Op het eind van de eerste dag trok een troep schapen voorbij met herder en patou (Pyrenese berghond die de kudde beschermt tegen wolven). Een ideaal moment om over de lange traditie van ‘pastoralisme’ in de regio te vertellen.

Tijdens de tocht worden ook nog 2 testen afgenomen:
- Op het einde van dag 2 over de touwtechnieken. In de Cabane des Aiguillettes moesten we iemand inbinden met een ‘noeud de vache’ (gestoken zaksteek), en daarna een main courante leggen tussen twee balken met een extra ‘relais’ aan een balk die wat verder ligt. Zowel de gestoken achtknoop (noeud de huit) als de gestoken mastworp (noeud de cabestan), afwerkt met een stopknoop, moesten hierbij 2 maal gebruikt worden. Helaas was één van mijn twee mastworpen niet goed. Achteraf bleek dat iedereen een steek had laten vallen, maar tevreden was ik dus niet.
- Op het einde van dag 3, bij de Fontaine du Play, stond er nog een oriëntatieproef gepland van een 5tal kilometer op het beboste golvende hoogplateau. Eerst liepen we enkel op kompaskoers naar de top van een berg, daarna kregen we 4 coördinaten die we op kaart moesten aanduiden en vervolgens moesten zoeken in het terrein, met gebruik van kaart en kompas. De proef verliep feilloos, en in 1u12 kon ik de oefening afwerken, met een combinatie van lopen en wandelen. De anderen hadden meer problemen, en vooral met het vinden van het laatste punt: een uitgedroogde bron. Ook daar had ik wat getwijfeld en opnieuw moeten schieten, maar met wat geluk ben ik via een droge bedding toch op de bron uitgekomen. Het volgen van een azimut in een bos en het schatten van afstanden is niet zo eenvoudig als je constant obstakels moet omzeilen.

Na aankomst in La Chapelle en Vercors kregen we een kort individueel evaluatiegesprek. Ze waren tevreden. Ik moet enkel nog wat meer aandacht besteden in het ‘delen’ van emoties met de groep.
Een meer gedetailleerd evaluatieverslag, inclusief van de voorbereide fiches, zou nog toegestuurd worden. Balans na het eerste opleidingsjaar: 3 deelnemers hebben de opleiding niet afgewerkt, 1 deelnemer heeft na de eerste stagedag in de Vercors moeten opgeven door een knieblessure, 1 deelnemer is niet geslaagd en 6 deelnemers (4 mannen, 2 vrouwen) kunnen beginnen aan hun didactische stage en deelnemen aan de ingangsproeven van niveau 2 in oktober 2012. Vraag is wie de ambitie heeft om verder te zetten, ik alleszins wel.

Mijn reflectie op de opleiding: intensief en kwalitatief. Het is absoluut noodzakelijk om veel tijd te kunnen vrijmaken voor al het voorbereidende werk, de lessen en de stages. Vooral de maand mei en begin juni waren zwaar, vooral als je nog fulltime werkt, een partner hebt en graag geregeld sport. Ik ben tevreden over mijn resultaat, al zal ik de touwtechnieken moeten blijven oefenen en me verder inwerken in fauna en flora.
Het contact met de andere deelnemers en de begeleiders is zeer goed, en ik voel me niet als de enige Vlaming in een bastion van Walen. Er is veel wederzijds respect en dat blijkt nog maar eens de basis voor een goede sfeer.

Foto’s zijn hier te vinden in een online fotoalbumEen gedetailleerd tochtverslag verschijnt later dit jaar op mijn website.

donderdag 23 juni 2011

Voorbereiding van de stage in de Vercors

Ik ben intussen al gestart met de specifieke voorbereiding voor de stage van de Vercors:
  • Uitstippelen van een 5-daagse route a.d.h.v. de opgegeven passagepunten
  • Bijhouden van weerbericht (via meteo france) en debiet van bronnen (via site van park of gtv vercors)
  • Oefenen van touwtechnieken, vooral 'main courante'
  • Afprinten en plastificeren van voorbereide fiches en schema's rond uitleg van geologie en patrimonium
  • Herhaling te kennen fauna en flora van Vercors (65tal soorten) en opzoeken van wat extra info, beslissen over mee te nemen zoekkaarten en gidsen
  • Checken EHBO en korte herhaling cursus

maandag 20 juni 2011

Stage en Wallonie (16-19 juni 2011)

Donderdag 16 juni: Afspraak om 18u30 in Bévercé

Wat oververmoeid, spoor ik donderdagavond rechtstreeks van het werk naar Halle, waar Nicolas me met de auto komt ophalen om samen naar de jeugdherberg Bévercé te rijden. We worstelen ons door diverse files en komen tegen 19u aan. Na een toast op Michaëls verjaardag en een zelfvoorzien avondmaal, volgt een briefing over het weekend. We stippelen samen met de groep de wandeling in de Hoge Venen op vrijdag en de regio van Achouffe op zaterdag uit. Snel meet ik nog het aantal kilometers na. Tegen 23u kunnen we eindelijk ons bed in voor een welverdiende rust.

Vrijdag 17 juni: Natuurwandeling in de Hoge Venen

Na het ontbijt, vertrekken we om 8u30 met enkele wagens naar Baraque Michel. Bedoeling is om via Fagne de Poleur, Pont de Beleu, Fagne de Setay en de Tros Marets af te dalen naar Bévercé. Een 'rando nature' van slechts een tiental kilometer. Geregeld stoppen we om over geologie, fauna en flora uitleg te krijgen van Markus en Dominique, de stagebegeleiders. 5 van de 9 deelnemers mogen om beurt het voortouw nemen en de groep leiden. Enkele leggen ook één van de fiches van de Ardennen uit. En af en toe worden we belaagd met een vraag over onze kennis van de plaatselijke flora: "Debbie, ça te dit quelque chose?" Gelukkig kan ik nog wat rechtzetten door een weetje over pitrus te vertellen, dat de kern van de stengel als lont voor kaarsen gebruikt kan worden. Blijkbaar wisten zelfs Markus en Dominique dit niet.

Sophie, die al een diploma voor natuurgids op zak heeft, ontpopt zich als een echte expert. Als je wat af weet van natuur, zie en hoor je gewoon veel meer. Zo komen we afgeknaagde denappels tegen en leggen de link met eekhoorns en zelfs met een kruisbek, en duiden we wildsporen (afdrukken, uitwerpselen, woelsporen). Helaas heb ik niet altijd alles mee van de uitleg, want mijn Frans is ontoereikend om alles goed te begrijpen.
Na een boeiende wandeling, rijden we met de auto naar Achouffe. Terwijl het water met bakken uit de lucht valt, houden we een debriefing in een taverne. Dat gaat uiteraard een stuk vlotter met een La Chouffe of Mac Chouffe. Elke groep van 2-3 personen had een taak vandaag: de briefing en het vertrek, meteo opvolgen, fauna/flora opvolgen of de debriefing en aankomst. We dalen af in het beekvalleitje van de Martin Moulin voor een wildbivak onder het zeil. Na nog een slaapmutsje, duiken we de slaapzak in.

Zaterdag 18 juni: Sportieve wandeling in de vallei van de Ourthe

Voor de volgende dag staat een 'rando sportive' van een 18tal kilometer gepland. Af en toe is het wat zoeken naar paden die al bijna verdwenen zijn. Nabij een rots aan de Ourthe tracht ik de 'geologie van de Ardennen' uit te doeken te doen. Op zich geen makkelijke materie, en al helemaal niet als je in het Frans moet zoeken naar je woorden. Met een trui tracht ik de 'plissements' uit te beelden en termen als 'synclinal' en 'anticlinal' te duiden. Met wat meer voorbereiding zou de uitleg wat vlotter verlopen zijn. Ik mag het laatste stuk van de tocht leiden. Het komt er vooral op aan om de groep regelmatig te briefen over het verdere verloop van de route, te zorgen dat iedereen mee is, aanrijdingen van mountainbikers vermijden en vloeiend te oriënteren. Mijn ervaring als tochtbegeleidster zorgt ervoor dat ik dat intussen met zelfvertrouwen kan aanpakken. Het regelmatig briefen over het vervolg van de route is wel iets dat ik in mijn tochten niet systematisch doe en dat neem ik zeker mee.


Onderweg leren we ook nog een randotouw te gebruiken: 'shortroping' om iemand zekerheid te geven tijdens een klim of afdaling en een 'main courante' om een vast touw te leggen om een hele groep door een passage te loodsen.

Na alweer een intensieve dag haasten we ons naar de auto om richting de gîte d'étape van Han-sur-Lesse te rijden. De Rochefort smaakt. Na een copieus avondmaal, doen we de schriftelijke proeven van geologie, inspanningsfysiologie en fauna en flora. De eerste twee onderwerpen zijn meerkeuzevragen met soms verschillende juiste antwoorden. Doenbaar als je de cursussen goed heb bekeken, al zijn niet alle vragen voor mij even goed begrijpbaar. Het laatste thema wordt bevraagd via afbeeldingen van planten en dieren die je op naam moet brengen en waarbij je bij sommige ook een anekdote moet vertellen. Markus heeft voor het luik 'patrimonium' een wat ludieker examen voorzien via een kaartspel. We moeten om beurt 5 vragen beantwoorden (3 open/gesloten vragen, een regio duiden a.d.h.v. een foto van de bouwstijl, een landschap of op kaart). Het merendeel zijn eenvoudige vragen. Voor de moeilijkere vragen kunnen we een hulplijn of 50/50 inroepen. De sfeer zit er goed in.

Zondag 19 juni: Geologiewandeling rond Han-sur-Lesse

De omgeving van Han-sur-Lesse leent zich perfect voor een uitleg rond geologie en geomorfologie met allerlei verschijnselen op wandelafstand van elkaar. We krijgen eerst nog een uurtje theorie, een korte herhaling van onze eerdere geologieles maar dan heel wat duidelijker. Afzettingen, platentektoniek, plooiingen, scheuren en verschuivingen worden geduid via eenvoudige schema's. We leren een geologische kaart lezen, die ook tijdens de wandeling regelmatig wordt bovengehaald.  Daarnaast wordt de relatie tussen ondergrond en vegetatie gelegd. Ook de bewoning en landbouw pasten zich in de loop van de eeuwen aan het landschap aan.

Het enthousiasme van Bruno Marée, de lesgever, werkt aanstekelijk. Hij trekt stevig door tussen de stopplaatsen; een tocht van 15tal kilometer is dan ook niet min als je héél veel te vertellen hebt.
Na een boeiende tocht van een 5tal uur, is er nog een debriefing. Iedereen deelt er zijn indrukken van de opleiding. Na een intensieve driedaagse keren we moe maar voldaan terug naar huis. Ik kijk uit naar wat rust voor de stage van de Vercors.

zondag 19 juni 2011

Fiches thématiques - partie Vercors (deadline 16 juni 2011)

Het was een ware rush om de fiches van de Vercors en de voorbereiding van een 4-daagse tocht in het gebied klaar te krijgen. En ik mocht ook niet vergeten de schriftelijke tests van geologie, patrimonium, fauna en flora, en inspanningsfysiologie nog voor te bereiden voor de 3-daagse stage in Wallonië. Te veel werk om goed te zijn.

Voor alle fiches samen (Ardennen, Vercors) heb ik zowat 4 weken elke dag tot middernacht gewerkt om ze af te krijgen. Mijn ventje kon er niet echt mee lachen... Wie in mijn voetstappen wil treden, is dus gewaarschuwd. Het is wel superboeiend en ik heb veel bijgeleerd.

De fiches van de Vercors vind je hier:

De voorbereiding van een 4-daagse trektocht in de Vercors kan je hier vinden: het programma, een overzichtskaartje en de (Nederlandstalige) paklijst voor de deelnemers. De aandacht gaat vooral naar het praktische gedeelte van het programma. De tocht diende verplicht te starten vanuit Chapelle-en-Vercors, maar mocht zowel in lus of in lijn zijn. De thema's die tijdens de tocht aan bod komen zijn gewoon aangehaald maar niet diepgaand uitgewerkt zoals bij de 2 dagtochten in de Ardennen, daarvoor ontbrak het mij aan tijd. Een deel van de thema's was trouwens al in de fiches opgenomen.

dinsdag 24 mei 2011

Week-end orientation (21-22 mei 2011)

Terug naar de Ardennen, deze keer gaat de lange rit naar Baraque Fraiture waar we om 9u verwacht worden. We starten met de gebruikelijke theorie rond oriëntatie. De oefeningen met de hoogtelijnen zijn een goeie concentratietest. We lunchen bovenaan de skipiste met uitzicht op het dorpje Fraiture en de groene omgeving. Alain heeft huisbereide maitrank voorzien. Een eeuwenoude aperitief die heel bekend is in de Walen met als voornaamste ingrediënten witte wijn en lievevrouwbedstro.
Na de middag kunnen we eindelijk het veld in voor een 7tal kilometer. Ik doe mijn trailschoenen aan, en werk het parcours drie vierden in looppas af. Het gaat vlot en ik ben ruim als eerste terug op de parking. Ik zet het zeil op de bivakplaats op en relax nog wat in het zonnetje.

Na de briefing over de komende stages en het avondeten staat een serieuzere oefening op het menu: nachtoriëntatie. Om 22u ga ik als eerste van start. Ik krijg nog een ‘balise’ mee om op te hangen. Het is een heldere nacht maar van de maan is slechts een sikkel verlicht. De duisternis valt al snel in. De volgende balise is enkele kilometers verder. Met stevige pas trek ik door over een duidelijk pad. In eerste instantie doe ik mijn lampje enkel aan om mijn kaart te lezen.
De tweede balise hangt midden het bos, aan de oostelijke rand van een stuk loofwoud…dat gekapt blijkt te zijn. Ik verlies zeker 20min door de hele bosrand af te schuimen, ploeterend tussen takken, struikjes en grasknotsen. Na een intensieve zoektocht houd ik het voor bekeken. Mijn bivaklamp biedt veel te weinig licht, ik had beter mijn sterker ledlampje meegenomen. Als ik terugkeer kom ik Michaël en Sophie al tegen die intussen samen op trod zijn.
Ik trek solo verder. Her en der zijn paden en brandgangen verdwenen, en moet ik een dicht sparrenwoud door op kompaskoers. Ik krijg het wat benauwd en ben tevreden als ik terug op een bosdreef terechtkom. Na de volgende balise, zoek ik een zijweg maar vind hem niet. Mijn moraal zinkt weg. Als ik het pad niet vind, moet ik wel een erg lange doorsteek op kompas maken en is de kans klein dat ik het volgende punt vind die zich langs het pad bevindt. Mijn vertrouwen slinkt. Ik hoor takken kraken en roep zonder antwoord. Ik keer terug naar de bosdreef. Wat later komen Michaël en Sophie aangelopen. We lopen samen verder. Met hun sterke lampen, is de zijweg meteen zichtbaar. Ik zat er vlakbij. Dat scheelt enorm. Op kompas vinden we zonder veel problemen de volgende oranje-witte bakens, de route wordt redelijk avontuurlijk als we over een rotsachtige bergkam omhoog klimmen. Het voelt toch een stuk vertrouwder aan om niet alleen op weg te zijn, en dat weegt meer door dan mijn gevoel van falen in de oefening. Pas om 2u30 zijn we terug op de bivakplaats, als eerste van de groep. Enkel Alain, militair en ex-para, heeft het hele parcours alleen afgewerkt. Moe kruipen we de slaapzak in.

Het is snel ochtend. Om half negen staan we op, en maken ons klaar voor de volgende oefeningen. Stukken van de kaart zijn blanco gemaakt. We moeten onze terreinkennis en het kompas gebruiken om de balises te vinden die zich in deze lege rechthoeken bevinden. Het gaat vrij vlot. Bij één had ik wat meer moeilijkheden omdat ik niet meteen geschoten had. Vooral afstanden inschatten vergt nog wat oefening. Ik ben als eerste terug. Dagoriëntatie gaat me een stuk beter af.

Toch nog wat fouten gemaakt dit weekend maar weer een ervaring rijker. Het zal nodig zijn, we worden verwacht 'kraks' te zijn in oriëntatie. 
 

maandag 23 mei 2011

Fiches, fiches en nog eens fiches

Na enkele intensieve opleidingsmaanden, had ik de riem wat gelost en me gefocust op mijn fysieke voorbereiding. Pas begin mei begon het me te dagen dat de deadlines voor de fiches wel heel dichtbij komen (2 juni voor de Ardennen, en 16 juni voor de Vercors). Intussen zijn de gedetailleerde tochtvoorbereidingen van 2 dagwandelingen in de Ardennen af: Baraque Michel en Nadrin.
Nu werk ik volop verder aan de 10 informatieve fiches die gaan over fauna, flora, patrimonium, geologische verschijnselen, enz in Wallonië. Best veel werk om informatie te verzamelen en te synthetiseren, met intensief gebruik van mijn woordenboek. Eenmaal terug uit Wales staat de volgende sessie fiches gepland voor de Vercors. Dat wordt nog wat avondjes slijten aan de pc…

maandag 4 april 2011

Enseignement - Méthodologie & Environnement et Patrimoine régional (2 april 2011)

Het is de eerste les over pedagogie dat Dominique Olbrechts geeft. Hij was al bij de ingangsproeven betrokken en in 2009 onze 'accompagnateur' bij een winterstage. We mogen er meteen invliegen. We worden in drie groepjes van vier verdeeld die in een half uur tijd een les moeten voorbereiden. Bij ons is het een weerkundig thema: depressies.

Iedereen kijkt naar mij alsof de meteo-expert ben maar ik voel me helemaal niet zeker in die rol en al helemaal niet als ik in het Frans moet uitleggen. Begrijpen is één ding, maar verder dan "il fait beau aujourd'hui, hein" geraak ik niet op een vlotte manier. In het begin zitten we meer te bakkeleien over wie de les gaat geven dan over hoe we het inhoudelijk gaan voorstellen. Niemand van ons beheerst het thema goed en dat was er uiteindelijk ook aan te zien. Dimitri steekt van wal en ik neem over. Via schema's stellen we het ontstaan van depressies voor, de uitleg is helaas niet altijd samenhangend en accuraat. Voor Dominique is het niet de inhoud die telt in deze oefening maar onze houding, de manier van lesgeven. Helaas hangen die twee samen. Als je je inhoudelijk niet goed voorbereid voelt, is het nog zoeken naar de juiste manier van voorstellen terwijl je bezig bent.
De tweede groep (toerskiërs in opleiding) heeft een meer praktische opdracht nl. aanleren van een zekeringsknoop, en de derde groep (ook wandelaars) stelt uiterst gestructureerd het wel en wee van een gems uit.
Na deze oefeningen overlopen we de belangrijkste theoretische aspecten van lesgeven. De feedback op de lessen is summier maar we voelen wel meteen hoe het aanvoelt om voor een groep te staan.

We rijden meteen door naar Crupet om in een warme lentezon op een terras ons boterhammen op te eten. Mark Rossignol, onze opleidingscoördinator, is blijkbaar een specialist op vlak van milieu en patrimonium. We starten met een klim naar de top van de heuvel. Hier was ik eerder als mede-organisator van een cursus over kaart en kompas, het is namelijk de wandeling die van de Chaveehut vertrekt. We kijken uit over het golvend cultuurlandschap, met weidse akkers en bossen. Mark legt ons uit in welke geologische streek we ons bevinden en welke andere streken we in België kunnen onderscheiden.
De wind doet ons snel lagere oorden opzoeken. Daar toont Mark ons foto's van landschappen en boerderijen van diverse streken in Wallonië: elk met hun typische kenmerken van bouwstijl afhankelijk van de activiteiten (landbouw versus veeteelt), klimaat en beschikbare grondstoffen (baksteen, leisteen, kalksteen, zandsteen).
Wat later kijken we uit over Crupet en spreken we onze zintuigen aan. We schrijven alles op wat we horen, ruiken, voelen en zien.

Tot slot wandelen we doorheen het dorp dat al sinds de 11de eeuw bestaat. Interessant om typische elementen in de traditionele bouwstijl te leren herkennen. Om de folklore helemaal compleet te maken, passeren we nog een wedstrijd kaatsbal, ook in Wallonië wordt deze sport een zeldzaamheid. We eindigen terug op het terras. De theorielessen zijn voorbij. Volgende afspraak is op 21 mei voor het oriëntatieweekend.

woensdag 30 maart 2011

Examens écrits secourisme & Physiologie de l'effort (27 maart 2011)

’s Morgens starten we met een uurtje examen EHBO. Het valt op zich goed mee, enkel bij één vraag wist ik het antwoord absoluut niet, de betekenis van epistaxis, maar blijkbaar was ik niet de enige. Het waren 47 gesloten meerkeuzevragen (zonder giscorrectie), het overgrote deel is voor de hand liggend, bij sommige moet je wat meer nadenken. Op het eind komen drie open vragen waarbij je moet aangeven op basis van een foto van een ‘ongeval’ hoe je tewerk zou gaan. Uiteindelijk haalde ik 87%.

Daarna komt Chantal Scohy ons meer vertellen over ‘physiologie de l’effort’. Ze is zelf een ervaren Accompagnateur en Montagne, oefent zowat alle bergsporten uit en trainde vroeger Muriel Sarkany (één van de beste klimsters van het land). De verschillende bronnen van energie worden uit te doeken gedaan. We krijgen tips hoe we hiermee rekening houden bij het begeleiden van een groep. Daarna komt de fysieke voorbereiding voor bergwandelen aan bod.

Na enkele uren theorie is het tijd om alles in de praktijk om te zetten. We verplaatsen ons naar het nabij gelegen klimmassief ‘les Grands Malades’ waar we uitkijken over Namen en de Maas.

Ieder van ons krijgt de opdracht om een post van het conditieparcours te maken. We kiezen zelf wat we doen. Mogelijkheden genoeg, het terrein bestaat uit rotsen, een bos, een steile flank en een steil en wankel blokkenterrein. Ik maak een traversee langsheen de flank en met op het eind een beklimming en afdaling door los grint. Techniek is hier belangrijker dan snelheid. Uiteindelijk komen we samen tot een erg gevarieerd maar pittig parcours. Sommige zijn erg inventief geweest in het vinden van klinkende namen zoals ‘Pierrier en feu’ (waarbij een leeg brandblusapparaat verplaatst moet worden).

We draaien rond en ieder bezoekt elke post gedurende 4 minuten. Met het warme weer is het zweten geblazen. We eindigen met stretchoefeningen die we al staand kunnen doen om later ook als tochtbegeleider te gebruiken bij groepen. Moe maar voldaan na een druk cursusweekendje rijd ik terug naar huis.

Conduite de groupe & Géographie humaine et physique (26 maart 2011)


Afspraak om 9u op de Esplanade aan de Citadel van Namen. Ik laat de auto beneden achter en warm op met een klim naar de top van de heuvel. Benoît Dekempenart is bergsporter en een ervaren coach van werknemers en leidinggevenden. Via een oefening over vooroordelen, wordt ons duidelijk gemaakt dat de eerste indruk als begeleider heel belangrijk is.

We gaan ook in wat je allemaal kan verwachten van persoonlijkheden in een groep. Benoît vergelijkt me met een 'Cheval': "Il est de votre côté, il a du bon sens, est écouté de tous. Si vous êtes en difficulté, donnez-lui la parole, il vous sauvera. Il est parfois difficile à découvrir car il parle peu".

We eindigen met een rollenspel waarbij we in groepjes van drie een tocht aan een divers publiek voorstellen. Aan ons om goed te reageren op vragen en soms bizarre gedragingen van de luisteraars. Het is leuk om de andere deelnemers bezig te zijn, ieder heeft zijn eigen persoonlijkheid en stijl. Odile springt er uit met haar enthousiasme en charismatische aanpak. Alain, in het echte leven kolonel bij de para’s in Marche-les-Dames, is duidelijk gewend om briefings te geven waarbij weinig weerwerk wordt gegeven. ‘Pas de questions?! On n’y va!’.

Na een heerlijke picknick in het zonnetje, trekken we wat tegen ons goesting terug naar binnen voor 4 uur les over geologie. Het wordt toch wat opfrissing van het middelbaar (soorten gesteenten, platentektoniek, vorming van het gebergte, erosie, hydrografie, klimaat…) met veel foto’s om dit zo goed mogelijk te kunnen visualiseren.
Op zich boeiende materie en goed uitgelegd maar de namiddagdip en de overvloed van informatie zorgen ervoor dat de concentratie niet altijd even optimaal is. Op het eind heb ik weer een lijstje van boeken om mijn bergbibliotheek uit te breiden. Wat achtergrondliteratuur zal handig zijn om de stages voor te bereiden en wat meer inhoud te geven.

’s Avonds rijd ik naar het Buitenshuis in Natoye bij Wim en Veerle, op een twintigtal minuten van Namen. Ze bakken mijn pizza en ik schuif mee aan tafel voor een gezellige babbel over IJsland, het drogen van voeding en andere exploten.

Météorologie (19 maart 2011)

De cursus weerkunde wordt gegeven door Arnaud Dewez die zijn eigen trekkingbureau heeft opgericht. Ik had hem eerder al eens als lesgever bij een cursus veiligheid en touwgebruik.

Doel van deze cursus in niveau 1 is vooral een inzicht krijgen in de belangrijkste fenomenen zoals wind, fronten, neerslag, inversie, föhn… De verschillende types wolken komen nog niet aan de beurt, dat is voor niveau 2. Hoewel ik al een cursus over dit thema volgde, merk ik toch dat herhaling nuttig is om mijn kennis op te frissen.

Responsabilité civile et pénale - Assurances (27 februari 2011)

Doordat de les verplaatst is van zaterdag naar zondag kan ik niet aanwezig zijn doordat ik o.a. een lezing 'Hoe word je trekker' zou geven op de Reismarkt in Brugge. Blijkbaar is een korte test afgenomen op het einde. Hoedanook wordt er nog een schriftelijk examen afgenomen tijdens de stage in Wallonië.

Secourisme Pratique (19 februari 2011)

Gedurende de ochtend verhuizen we in groepjes van drie van de ene post naar de andere. Reanimatie en AED worden geoefend; de stabiele zijligging (Position Laterale de Sécurité) en evacuatie komen aan bod; enkele cases vb. hoogteziekte, epilepsie worden mondeling besproken; we verzorgen wonden en de laatste post is een simulatie. Iedereen komt eens als ‘secourist’, ‘getuige’ en ‘opgeroepen hulpverlener’ aan de beurt. De laatste vertelt wat de getuige hem heeft doorgegeven van informatie.
In de namiddag gaan we verder met simulaties maar dan in groepjes van 5. Er zijn telkens twee slachtoffers, twee secouristen en een hulpverlener. Van zo’n oefeningen leer je altijd veel bij. Een goede balans opmaken van de situatie en dan stap voor stap tewerk gaan, zijn de twee belangrijkste aandachtspunten.

Secourisme Théorie (12 februari 2011)

Marc Nootens heet ons welkom op de EHBO-cursus. Een medisch comité van ervaren dokters en verplegers zetten de leerlijnen uit bij de CAB. Vijf ervan presenteren vandaag diverse thema’s: état de choc, la chaîne des secours, diarrhee du voyageur, pathologies cardiaques, diabetes, warmte en koude, epilepsie, traumatologie, medische voorbereiding, EHBO-kit verzorging van wonden (soins des plaies), hoogteziekte (mal aigu des montagnes) en reanimatie en AED (automatische externe defibrillator). Bijzonder boeiend en toegepast op de praktijk van de bergsport. Af en toe heb ik wat last om te volgen omdat ik de Franstalige terminologie niet beheers. Bij het voorbereiden van het examen zal ik er mijn woordenboek moeten bijhalen. In de loop van de dag stapelt de informatie zich alsmaar op en met een vol hoofd keren we dan ook huiswaarts.

Inleiding (5 februari 2011)

Het is wachten tot 5 februari voor de start van de opleiding. Mark Rossignol doet zijn inleiding over de planning en geeft ons meteen wat opdrachten mee:
  • Voorbereiden van 2 dagwandelingen in de Ardennen (inclusief omschrijving en kaartje)
  • Maken van 20 fiches (10 voor de Ardennen, 10 voor de Alpen) met kenmerken van veel voorkomende dieren of planten. Bij 4 van de thema’s (2 zelf gekozen, 2 ‘spontane’ vragen) zullen we mondeling tijdens de 2 stages toelichting moeten geven.
We hebben ook een lijstje met een 58tal dieren en planten uit onze regio en 51tal uit de bergen die we moeten kunnen herkennen en waarbij we bij drie vierden een anekdote kunnen vertellen.
Mijn voorgevoel dat ik aan dit luik het meeste werk ga hebben, wordt bevestigd. Van een Accompagnateur wordt verwacht dat je dat ‘beetje meer’ kunt geven aan de deelnemers door je kennis van fauna en flora, geologie, patrimonium, gastronomie…
Het sportieve luik heeft de boventoon in mijn tochten en ik heb enkel fragmentarische kennis van de omgeving, die ik vooral opzoek als ik achteraf een reisverslag schrijf, of als ik de gefotografeerde bloemen tracht te herkennen.

Daarna is het de beurt van Roland Troosters om het opleidingsstramien van ADEPS uit te leggen. Hij beschikt over heel wat ervaring waardoor het geen saaie presentatie wordt maar toch wat inzichten geeft. Achteraf helpt hij me per email ook verder met mijn vragen over assimilatie tussen BLOSO en ADEPS.

Het is vergeefs wachten op de docent voor fysiologie zodat ik veel vroeger dan verwacht terug huiswaarts mag rijden. Uiteindelijk ben ik evenlang onderweg geweest als opleiding heb gehad, maar ja, zo heb ik dan toch nog tijd voor het huishouden...

maandag 28 maart 2011

Ingangsproef (17 oktober 2010)

Met vertrouwen reis ik af naar de ingangsproeven in Falmagne tussen Lesse en Maas. Om de 3 minuten gaan we van start voor een lustocht van 19,6km en 400m positieve hoogtemeters, te doen binnen een tijd van 4u45. Ieder heeft een rugzak van om en bij de 10kg bij (8kg voor de vrouwen/ 10kg voor de mannen, water en voeding niet meegerekend). Ik ga als 8ste van de 11 van start. De benen voelen goed en ik schiet meteen uit te startblokken. Ik stap stevig door en in de afdalingen versnel ik met kleine looppassen om de knieën niet te veel te belasten. Het parcours is gemakkelijk te volgen, het eerste stuk via de witrode GR-tekens en het laatste stuk via de topografische kaart. Deels verhard, deels onverhard. Onderweg passeer ik Nicolas die meteen kiest om aan te sluiten. Ik blijf dus gemotiveerd om het tempo hoog te houden. Op de laatste klim laat ik hem achter en uiteindelijk kom ik als eerste van de deelnemers aan. De benen laten zich al voelen maar ik ben tevreden (2u45).

Daarna neem ik het iets rustiger bij de oriëntatieproef van 7,2 kilometer en 200 positieve hoogtemeters, die biedt overwegend geen problemen als was het op enkele punten wel uitkijken. Uiteindelijk raakt iedereen door de ingangsproeven en voelen mijn benen nog enkele dagen stijf aan.

Voorbereidingsdag van de ingangsproef (12 september 2010)

Maar pas terug van IJsland, spoor ik ietwat vermoeid naar Godinne aan de Maas. Mark Rossignol, coördinator van de opleiding niveau 1, ontvangt ons hartelijk. De regengoden houden nog even hun adem in als we ’s morgens in kleine groepjes een wandeling doen in de prachtige omgeving. Doel is om nog wat tips rond kaart en kompas te krijgen. ’s Namiddags doen we dan solo een oriëntatietocht waarbij we van het ene controlepunt naar het andere lopen/wandelen en telkens moeten knippen. Zo hebben we meteen een idee hoe het er aan toe zal gaan op de ingangsproef. Iedereen heeft een andere combinatie en zo kan je niemand volgen. Etienne en ik zijn de snelste van de groep. De laatste balise is echter onvindbaar. Tussen mensenhoge varens en doornige takken baan ik me een weg naar de ‘chantoire’ (waar water verdwijnt in de grond) maar daar is van het oranjewitte baken niets te bekennen. Blijkt dat de weelderige vegetatie ook Pol Gillet, de maker van het parcours, heeft afgeschrikt en hij het baken aan de rand van de wei heeft gehangen.

Opleiding tot Accompagnateur en Montagne


Ik schreef me tijdens de zomer van 2010 in voor de opleiding tot bergwandelgids bij de CAB, de Waalse tegenhanger van de KBF. Die draagt nog steeds de oorspronkelijke naam van de oudste bergsportvereniging van het land: Club Alpin Belge.

De CAB organiseert een opleiding tot ‘Accompagnateur en Montagne’, een professioneel diploma van bergwandelgids dat internationaal erkend is door de UIMLA (International Mountain Leader Association). In het Vademecum staat alles beschreven, maar hierna geef ik concreet weer hoe het precies wordt georganiseerd.

De opleiding behelst 3 niveaus:

  • Niveau 1 (zomer, heuvels): Dit niveau heeft als doel om de kandidaten tot het niveau te brengen dat nodig is voor niveau 2. Het programma bestaat uit een hele reeks van theorie- en praktijklessen, een 3-daagse didactische stage in Wallonië en een 4-daagse didactische stage in de Vercors. Daarna moet je zelf tochten begeleiden onder toezicht van een stagebegeleider, minstens 5 dagen die desgewenst op te splitsen zijn.
  • Niveau 2 (zomer, bergen): dit niveau is vergelijkbaar met dat in Frankrijk. Hier ligt vooral de nadruk op praktijk. Er zijn nog twee zaterdagen theorie, een driedaagse in de Ardennen en vervolgens aaneensluitend 12-daagse didactische stage in de Alpen. Daarna moet je zelf opnieuw voor minstens 5 dagen begeleiden bij de UCPA/ADEPS des Arcs in Bourg-Saint-Maurice of indien te veel vraag elders in Frankrijk (heeft te maken met de samenwerking met de Fransen bij de oprichting van de cursus in Wallonië).
  • Niveau 3 (winter, bergen): ook hier ligt opnieuw de nadruk vooral op de praktijk. Er worden nog enkele weekends theorie gegeven en er zijn twee didactische stages van elk een week.
Voor elk niveau moeten ingangsproeven worden afgelegd. Niveau 1 wordt laagdrempelig gehouden, iedereen met wat conditie en kennis van kaart hieraan kan deelnemen. Niveau 2 is echter een ander paar mouwen, de ingangsproeven zijn wat fysiek en oriëntatie betreft vergelijkbaar met die van Frankrijk, ze vinden dan ook plaats in de Vogezen. In 2010 slaagde maar de helft van de deelnemers in de proef. Een sterke fysieke conditie, tredzekerheid in moeilijk terrein en een degelijke kennis van navigatie zijn naar verluidt absoluut noodzakelijk. Het is me nog niet duidelijk wat de ingangsproeven van niveau 3 precies inhouden. Wellicht gaat het om een winterse nachtoriëntatieproef die niet van de poes blijkt te zijn.

Niveau 1 wordt jaarlijks georganiseerd, niveau 2 en 3 op dit moment maar tweejaarlijks. De opleidingsjaren sluiten dus niet altijd naadloos aan. Dit heeft zijn voor- en nadelen. Het is vooral handig voor wie de opleiding combineert met een fulltime job en/of zijn ervaring nog wil opbouwen. Wie zijn diploma snel wil halen, kijkt misschien beter uit naar een opleiding in het buitenland. Houd er dan wel rekening mee dat de ingangsproeven niet van de poes kunnen zijn en de slaagkans bijzonder laag is vb. Frankrijk.

De voertaal is uiteraard het Frans. Er wordt verwacht dat de lessen en stages allemaal gevolgd worden, al worden er wel uitzonderingen toegestaan vb. door ziekte of werk. De theorielessen van niveau 1 vinden voornamelijk plaats in het ADEPS-centrum in Jambes, maar ook andere locaties zijn mogelijk.

Naast het luik dat de CAB organiseert, is er ook een algemeen gedeelte bij ADEPS (de tegenhanger van BLOSO). Voor niveau 1 is dit niet het geval (niveau initiator in Vlaanderen), maar wel voor niveau 2 (niveau instructeur/trainer B in Vl) en 3 (niveau trainer A in Vl). De examens zijn multiple choice met giscorrectie en niet eenvoudig. Ik heb ervoor gekozen om bij BLOSO de opleidingen te volgen in 2012 want ik heb al de initiatorcursus achter de rug en kan van wat vrijstellingen genieten. Bovendien zijn de lessen en examens in het Nederlands.

De Klim- en Bergsportfederatie heeft intussen plannen om de opleiding te organiseren in Vlaanderen maar het is nog koffiedik kijken hoe dat precies in zijn werk gaat gaan. Een 5tal gediplomeerde sportkaders van de KBF volgen nu een versneld programma bij de CAB om hun diploma gelijk gesteld te krijgen met niveau 2 en daarna ook niveau 3 te behalen (update: maar 2 van de 5 zijn door de lastige ingangsproeven geraakt). Voor 2013 zal de opleiding in Vlaanderen alleszins niet van start gaan. Initiator Bergwandelen zou in 2012 niet (meer) georganiseerd worden.

Wat voorafging...

Nadat ik op mijn 17de voor het eerst een trektocht in England ondernam, groeide de passie voor het hiken zowat exponentieel. Op mijn 21ste ging ik voor de eerste keer mee met een georganiseerde reis, een huttentocht in de Alpen met Te Voet. De gids raadde me aan een cursus tot bergwandelgids te volgen maar ik voelde me er nog niet klaar voor. Op mijn 24ste had ik intussen al drie kampeertrektochten in het hooggebergte en een eerste tocht op sneeuwschoenen achter de rug. Ik informeerde me voor het eerst bij de Klim- en Bergsportfederatie (net na de fusie tussen de BAC en VBSF) voor de opleiding tot ‘Initiator Bergwandelen’. Het was zeer onduidelijk wanneer die precies georganiseerd zou worden. De moeizame communicatie en mijn jeugdig ongeduld zorgde ervoor dat ik snel door had dat ik niet moest wachten op een diploma om tochten te begeleiden en andere initiatieven te nemen. Ik lanceerde mijn eerste oproep op www.hiking.be voor een tweedaagse in de Ardennen. En al snel kreeg ik een mailtje van de Ronsers, een niet-commerciële trekkersgroep, of ik niet voor hen tochten wou begeleiden. Zo was ik meteen verzekerd en kon ik mijn tochten ook aankondigen via hun tijdschrift. Daarnaast engageerde ik me als bestuurslid bij de Oost-Vlaamse Bergsportvereniging voor het organiseren van wandeltochten, clubavonden en opleidingen.

Ik volgde enkele kortere opleidingsmodules via de Klim- en Bergsportfederatie en de Bergstijgers: Outdoor EHBO, kaart en kompas, weerkunde, touwgebruik en veiligheid, bergwandelen B en lawinekunde. Daarnaast deed ik ook nog twee winterstages (http://debbie.hiking-info.net/cursussen/).

In het najaar van 2009 werd de cursus Initiator terug georganiseerd. Ik nam deel aan de lastige ingangsproeven gedurende een weekend in de Ardennen, volgde daarna module 1 en 2 van de opleiding in Willebroek, en slaagde voor het examen (1 herexamen voor reanimatie). In de zomer van 2010 zou module 3 (de stage) plaatsvinden. In de aanloop naar de stage kwam ik in aanvaring met de coördinator, dus besloot ik om niet verder te doen. Ondanks dat ik me aan de afspraken gehouden had, kon hij niet begrijpen dat de combinatie fulltime werken, huishouden en vrijwilligerswerk ervoor zorgt dat je moet plannen en niet alles kan laten vallen voor een cursus initiator, in zijn ogen ‘prioritair’. Ik had ook nog mijn stage voor de cursus sportverzorger en door het veranderen van werkgever was mijn verlof beperkt.